Groen
Paars
Blauw
Oranje
Geel
hoekje
Verslagen 2003-'04 
Thailand (5/11) 

1. Londen
2. Bangkok- Kanchanaburi
3. Sukhothai en Chiang Mai
4. Pai en Soppong.

Cambodja (4/12) 

5. Geschiedenis Cambodja
6. Siem Reap en Battambang
7. Phnom Penh en omgeving

Vietnam (16/12) 
Nieuw-Zeeland (13/01) 
Argentinië/Chili (26/02) 
Bolivia (16/04) 
Peru (30/04) 
copy&paste <td> tag
copy&paste <td> tag

Verslag 11:
Aoteroa: het land van melk en honing!

Ondanks de opvallend goede zorgen van de Qantas steward(esse)s tijdens de vlucht van Bangkok naar Sydney, hadden we toch weer een jetlag van hier tot in Tokyo. Maar we waren waar we moesten en wilden zijn: Christchurch, Nieuw-Zeeland.
Wat een wereld van verschil! We stapten recht van het vliegtuig het bureau van toerisme binnen, waar ze ons vertelden welke bus er richting centrum bolt en welke jeugdherbergen nog 2 beddekes beschikbaar hadden. De eerste dagen hebben we volop genoten van gewoon in Nieuw-Zeeland te ZIJN: de zon, het relatief lekkere eten, Lord of the Rings 3 en bovenal de rust!! Ook was het hoog tijd om te gaan shoppen. Blijkbaar hebben we in Azië enkele dure spulletjes achtergelaten die we daar nooit hebben nodig gehad (Goretex jas, thermisch ondergoed, rugzakregenhoes, ...) Gelukkig zijn de zomersolden hier nog volop aan de gang.
In Christchurch zijn we erachter gekomen dat in jeugdherbergen slapen en met een tourbus het land doorrijden niet persé de goedkoopste manier van reizen is. Voor iets meer dan de gemiddelde prijs van een overnachting, hebben we een busje op de kop kunnen tikken waar we ook in kunnen slapen. Daarbij komt nog wel de prijs van benzine en campings, maar dan nog valt het goed mee. Wij dus met onze Nissan Serena de Southern Scenic Route op. Dit is echt wel letterlijk te nemen. De route loopt langs de zuidkust van het Zuideiland, is erg “scenic” want je rijdt door de meest magnifieke landschappen en is perfect bewegwijzerd van Christchurch tot de Milford Sound. Er passen 7 mensen in onze bus, dus voor elke lifter gaan we in de remmen. Zo hebben we al 3 Hollanders een eind op weg geholpen, nuttige tips gekregen van een Nieuw-Zeelands koppeltje, ...
Onze eerste halte was Dunedin (spreek uit De-Niedin), een Schots aandoende universiteitsstad met een prachtig strand en de uitvalsbasis voor het Otago Schiereiland. Dit schiereiland is eigenlijk één groot natuurreservaat en tevens de thuishaven van albatrossen-, zeeleeuwen- en pinguïnkolonies. Zoveel fauna op zo’n kleine oppervlakte trekt natuurlijk busladingen toeristen aan. Gevolg: je moet al heel diep in je portemonnee tasten om in de privaat gerunde centra de beestjes van dichtbij te gaan bekijken. Maar wij hebben ne Nissan, dus hebben we lekker zelf het hele eiland rondgecruised en wel degelijk albatrossen met een spanwijdte van drie meter zien overvliegen. Vanuit een gecamoufleerde hut hebben we een aantal zeeleeuwen kunnen observeren, maar de geelogige pinguïns stuurden hun kat. We waren zodanig opgegaan in het gadeslaan van die beestjes dat we helemaal van het pad waren afgeweken en bijgevolg een hele inspanning hebben moeten leveren om via de immense duinbergen terug aan de auto te geraken. Ook op Nugget Point viel geen enkele pinguïn te bespeuren, maar de mooie wandeling naar de vuurtoren en de aanwezigheid van een heleboel vinnige zeeleeuwen maakten dat meer dan goed
Intussen vanuit de knappe Otagostreek in de nog magnifiekere Catlinsregio aanbeland. Om de zoveel kilometer moesten we halt houden aan een waterval of meer, om uiteindelijk te arriveren in de idyllische (woorden schieten hier tekort) Curio Bay. Dit was trouwens ook de laatste plek waar we de zeldzame geelogige pinguïn zouden kunnen spotten. Dus vastberaden en gewapend met de nodige proviand, hebben we ons verstopt in het hoge gras. Ons geduld wed uiteindelijk toch beloond. We hebben in totaal zes pinguïns aan land zien komen en met de grootste moeite over de rotsen richting nest zien springen en waggelen. We werden er zowaar een beetje stillekes van. Zeker omdat zodra de pinguïns in het struikgewas waren verdwenen, we ook nog eens getrakteerd werden op een zonsondergang zoals we ze alleen kennen “vanuit de boekskes”.
De volgende dag bracht de Scenic Route ons via Invercargill naar Te Anau. In feite duurt deze rit amper 3 uurtjes, maar door de vele stops aan toch wel “spesjale” plekjes, kwamen we pas ‘s avonds laat aan in Te Anau. Zo hebben we uitgebreid gepicknickt aan de Waiau rivier en gezwommen (in januari!) in het verfrissende water van het Manapouri meer met zicht op de besneeuwde bergen van Fiordland.
Met goed ingesmeerde beentjes zijn we aan de Greenstone en Routeburne Track begonnen. Die laatste trekking maakt deel uit van de Nieuw-Zeelandse “Great Walks”, net zoals de Milford Track die we twee jaar geleden hebben afgestapt. Zes dagen het bos en de bergen in, dwars door het Fiordland en Mount Aspiring National Park. Raar genoeg waren we na 3 dagen pas echt goed ingelopen en op kruissnelheid, terwijl we eigenlijk hadden gevreesd na de Greenstone Track al lichtjes uitgeput te zijn. Daar zouden onze te zware rugzakken van de eerste dagen wel voor iets kunnen tussenzitten; veel teveel eten bij! We hebben ons ‘s avonds -in de doorsnee saaie hutten- eigenlijk wreed goed geamuseerd met een pas getrouwd Amerikaans koppel en een geflipte lispellende Japanner. De Routeburne Track lopen is toch een heel ander manier van wandelen dan wij gewend zijn. We moesten ons constant concentreren op het pad, serieus klimmen en afdalen over gladde rotsen en heel voorzichtig zijn op sommige stukken. Dag 1 zijn we via een sappig groen regenwoud naar boven geklommen, dag 2 door een wel heel erg Lord of the Rings aandoende vallei geklefferd om vervolgens de besneeuwde Conical Hill te overwinnen. Hoewel we voor deze laatste beklimming beter eerst ons bokes hadden opgegeten, want we stonden serieus te zwijmelen toen we boven aankwamen. Wat een zicht; over de besneeuwde bergtoppen tot aan de Tasman Zee. De beloning op het einde van een lange dag hard werken mocht er ook zijn; het glasheldere Lake MacKenzie dat lag te schitteren voor onze hut.
Na 5 dagen “trampen” zoals ze dat hier noemen, zaten we nog zodanig fris (of vol adrenaline) dat we ‘s avonds nog een extra wandeling annex klimpartij naar Split Rock hebben ondernomen. Dag 3 ging het onder een stralende zon terug naar start, het meer en omgeving dat we aan het begin van onze trekking min of meer hebben genegeerd omwille van de regen en mist, hebben we dan toch nog ten volle kunnen bewonderen. Na zes dagen in de brousse kunnen we nu twee hele dagen de auto in richting Abel Tasman National Park, op voorwaarde natuurlijk dat we weer niet om de vijf botten moeten stoppen omdat onze monden openvallen van verwondering :-)

Sally en Erik

 

Blijf op de hoogte!

Wil je verwittigd worden als er een verslag is verschenen of we nieuwe foto's hebben doorgestuurd? Schrijf je dan als de bliksem in op onze Nieuwsbrief.

Blijf op de hoogte!

Terug!

 © Erik en Sally - Pluk gerust van deze site, maar laat het ons weten! -
Blauw Oranje Geel E-Mail ons! Groen Paars